www.EmielRos.nl (Emiel Ros 1937-2015)

Ross Badge

Een Amerikaan terug in Holland 2005

Pastorie
John Tayloe bij de plek waar zijn bommenwerper neerstortte.
(Foto: Elsbeth Tijssen)

Op 12 april 2005 ontving ik, Emiel Ros, een e-mail van Marga Eeltink waarin ze schreef: "Ik heb zojuist uw informatie doorgesluisd gekregen van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Ik krijg van 21 tot 25 april een van de inzittenden van het vliegtuig op bezoek."
Marga wist alles over het neerkomen van John Edward Tayloe in Ilpendam, maar minder over het neerstorten in de Westzaanstraat in Amsterdam. En ik wist niet veel over het neerkomen van de drie bemanningsleden te Ilpendam.
Op 22 april ben ik naar Edam gereden en heb kennis gemaakt met Marga, Ber Eeltink en John Tayloe. De volgende dag zijn wij weer bijeen gekomen in de omgeving van de Westzaanstraat waar ik de gids was. Dit is het verslag van wat ik heb ervaren als een geweldige en enerveerde ontmoeting.

John Tayloe was vliegenier bij de Amerikaanse luchtmacht, Truus Jonk werkte op het postkantoor in Ilpendam. Na zestig jaar keerden zij terug naar de plek waar hij aan een parachute naar beneden dwarrelde voordat zijn vliegtuig neerstortte.
Op uitnodiging van Marga Eeltink, de dochter van Truus, is John te gast in Edam. Terug naar de wortels van een levenslange vriendschap.
De veteraan was verrast met de aandacht voor zijn verhaal, dat hij thuis niet vaak vertelde. Nu zijn vrouw overleden is wil hij 60 jaar na zijn bevrijding nog een keer terug om zijn verhaal een plek te geven, zegt hij. "Eindelijk kan ik erover praten. Dat geeft een goed gevoel."

Parachute boven Ilpendam

"Ik voelde me geen held" zegt John, "Je moet je realiseren dat ik in 1944 20 jaar jong was. Ik had een hekel aan lopen en daarom nam ik dienst bij de luchtmacht. Vond het best in orde en ook avontuurlijk dat ik deel ging uitmaken van de tienkoppige bemanning van zo'n stoere B-17G. 's Morgens vroeg waren we van het oorlogsvliegveld Rattlesden opgestegen om een paar 'eieren' op Berlijn te gaan leggen en dat is prima gelukt."

Na een succesvol bombardement in de omgeving van Berlijn op 22 maart 1944 keert de formatie huiswaarts. Het vliegtuig van John, een Boeing B-17 met een bijna onoverwinnelijke typenaam 'Flying Fortress' (vliegend fort), bereikt de thuisbasis echter nooit.
Op de terugweg wordt het vliegtuig geraakt door Duits afweergeschut. Lachend zegt de 80-jarige veteraan nu: "Het vliegtuig was zo onder vuur genomen dat het er uit zag als een gatenkaas."
"Twee motoren vielen uit en we verloren hoogte. Aanvankelijk zaten we met zijn tienen in het vliegtuig. Met z'n vijven hoopten we nog Engeland te halen." Het bleek een heilloze missie.

Er werd nog geprobeerd koers richting de Noordzee te zetten. Door de slechte staat van het vliegtuig lukte ook dat niet. De Flying Fortress koerste recht op het centrum van Amsterdam af.
Boven Ilpendam besloten John en twee anderen uit het vliegtuig te springen. Angst op wat hem te wachten stond, had hij niet. "Daar hadden we geen tijd voor. Ik was blij dat ik eruit was. Het was bovendien de eerste keer dat ik parachute sprong."

Gearresteerd bij het postkantoor

Op het weiland achter het postkantoor in Ilpendam kwam John terecht en werd later gearresteerd door de Sicherheitspolizei. Het volk van Ilpendam is in rep en roer als de Amerikaanse militair vergezeld door twee Duitsers de Dorpsstraat inloopt. Truus sluit snel de deur van het postkantoor waar ze werkt. "Er kwam een vriend aangelopen. Ik moest iets doen." Ze besluit op de 'vriend' af te stappen.
"In de Dorpsstraat omarmde ik de vliegenier en een van de Duitsers", vervolgt Truus terwijl ze een fotoboek openslaat. Ze knoopte een gesprek aan met de vliegenier en vroeg om zijn naam en nummer. "Ik weet niet waar ik de brutaliteit vandaan haalde", lacht ze. "Ik deed het gewoon. Iedereen was er ook door overdonderd."
"Dat was fantastisch. Ze was de eerste met wie ik kon praten. Ze sprak als enige Engels. Ergens heeft me dat toch hoop gegeven," zegt John.

Truus schreef vervolgens een brief naar de ouders van John dat hij was gearresteerd. "Bij het verzoek om verzending appelleerde ik bij de Duitsers aan hun eergevoel, waar zij de mond zo vol van hadden", schrijft ze in een verslag over de gebeurtenis. "Wonder boven wonder hielden de Duitsers woord en zo bereikte de brief Californië." Zijn ouders waren erg dankbaar voor de brief. Er ontwikkelde zich een jarenlange vriendschap.

Marga Eeltink zegt dat haar moeder Truus, ondanks haar broze gezondheid, graag terug wilde naar de plek in Ilpendam. "Wat we daar zullen aantreffen is voor John natuurlijk een raadsel."

De plek van neerkomen

Ilpendam
Truus Jonk, John Tayloe en Mijndert Beets wijzen naar de landingsplek.
(Foto: Boudewijn Weehuizen)

In een weiland van boer Leguit, tussen Ilpendam en Purmerend, wijst Meindert Beets (90) de plek aan. Ergens in het midden van het land. "Zo ongeveer daar zag ik hem naar beneden komen. Ik werkte aan de andere kant van de sloot. Ik heb het destijds zien gebeuren."
Niet gehinderd door zijn leeftijd klimt Meindert over het hek. Ook John stapt samen met Truus het weiland in. "Ik had verwacht dat het hier na 60 jaar wel vol gebouwd zou zijn". De verbazing is van John zijn gezicht te lezen. "Het is goed om weer terug te zijn."

Na het weiland wordt de route gelopen die John ook liep toen hij werd gearresteerd. Het postkantoor is inmiddels verdwenen. "Er is niks meer van dat gebouw over", stelt Truus vast. Er wordt een foto genomen die zo bij de andere in het fotoboek kan worden geplakt. Na 60 jaar terug op de plek. "Het is een bijzondere plaats die ik niet snel zal vergeten", aldus John.
Bij café Het Wapen van Ilpendam wordt er wat gedronken. Iedereen op het terras luistert naar het fascinerende verhaal.

De plek van de crash

Voor het eerst is John terug in Amsterdam, de stad waar hij in 1944 een week gevangen zat. "Ik ben blij na zo'n lange tijd weer terug te zijn."
Met gids Emiel Ros en gastvrouw Marga Eeltink wandelt John door de Westzaanstraat. Emiel wijst naar de nieuwbouw waar vroeger de Sint Alfonsusschool stond. "Daar kwam op 22 maart de B-17 bommenwerper neer," vertelt Emiel, die op 6-jarige leeftijd het ongeluk meemaakte. John luistert, af en toe lacht hij. Hij geniet van de anekdotes.

Documenten
John Tayloe (r.) krijgt van Emiel Ros (l.) documenten overhandigd over zijn bommenwerper. Waaronder een kopie van het Missing Air Crew Report.
Op de achtergrond staan Ber en Marga Eeltink.
(Foto: Elsbeth Tijssen)

"Ik heb 'mijn' B-17 zelf niet zien neerstorten. Ik hoorde het later van de piloot, met wie ik samen gevangen zat in Amsterdam, dat het toestel op een school terecht was gekomen" zegt John.
Waar de vijf bemanningsleden in Amsterdam werden gevangen gezet is niet duidelijk. Bij een aantal mogelijke gebouwen werd tijdens het bezoek langs gegaan. John herkende de Prins Hendrikkade met de Zeevaartschool maar zonder succes. Het was volgens hem een oud gebouw met ruime cellen en een binnenplaats met houten poortdeuren, zo groot dat er twee trucks tegelijk door konden."We hadden het niet slecht."
Later werd hij overgebracht naar een krijgsgevangenkamp Dulag Luft in Duitsland.

Goede herinneringen

"We hadden het in het kamp tamelijk goed. Ik was aangesteld als kok en dat betekende dat ik nooit honger heb geleden."
"Echt bang werd ik pas toen de Russen ons kwamen bevrijden, want de soldaten die ons kamp binnenstormden bleken vrouwen te zijn. Niet van die kleintjes, maar een soort tientonners die alles kort en klein sloegen."

"Weet je" verteld John overpeinzend, "eigenlijk heb ik alleen maar goede herinneringen aan de oorlog. Daarom is het weerzien met Amsterdam voor mij ook een blijde gebeurtenis."

Een van de goede herinneringen is dat in hun barak in het krijgsgevangenkamp een oud zuurkoolvat stond waarin ze fruit gooiden dat zij niet gebruikten. Na verloop van tijd begon het geheel te gisten en kreeg het een alcoholsmaakje.
Na enig experimenteren kwam er wijn te voorschijn. Maar de heren wilden iets sterkers. Zij ontvingen van het Rode Kruis blikken melkpoeder en door medewerking van bewakers die hen hielpen aan koperen leidingen en de lege blikken lukte het om een distillatieketeltje te maken waar whisky uit kwam die zeer goed van smaak was. Ook naar oordeel van de bewakers die er aan meegewerkt hadden, aldus John. 's Avonds kwam de commandant langs die het zich ook goed liet smaken.

Na zijn bezoek aan Ilpendam en Amsterdam reist John door naar Frankfurt am Main waar hij samen met andere veteranen een bezoek zal brengen aan Dulag Luft, een ondervragingskamp voor krijgsgevangenen. John: "Ik heb in ieder geval een prachtig verhaal te vertellen."

Ik vind schieten belabberd

Niet veel later nadat de drie bemanningsleden boven Ilpendam het vliegtuig hadden verlaten, sprongen de laatste twee er boven Amsterdam uit en stortte het in Amsterdam neer. Anne Frank woonde toen, ondergedoken in het Achterhuis, hemelsbreed 500 meter van de Korte Prinsengracht/hoek Brouwersgracht, waar een schip van de Kriegsmarine voor een motorrevisie lag en ook op het vliegtuig schoot.
In haar dagboek beschreef Anne die gebeurtenis op donderdag 23 maart 1944.
"Lieve Kitty, gisteren is hier een vliegtuig neergestort, de inzittenden sprongen bijtijds met parachutes naar beneden. Het toestel kwam neer op een school waar geen kinderen in waren. Een kleine brand en een paar doden zijn uit het geval voortgekomen. De Duitsers hebben verschrikkelijk op de dalende vliegers geschoten. De toekijkende Amsterdammers barstten zowat van woede over zo'n laffe daad. Wij, dat betekent de dames, schrokken ons een mik, ik vind schieten belabberd."

John Tayloe: "Ik realiseerde het me pas toen ik de datum van 23 maart zag staan in het boek. Ik ben een stukje van de geschiedenis geworden."

 

Gebaseerd op artikelen die over het bezoek zijn verschenen in het Noord Hollands Dagblad (22 en 23 april 2005) en Het Parool (23 april).
Tekstredactie: Emiel Ros en René Ros
Foto's beschikbaar gesteld door Elsbeth Tijssen (freelance fotograaf) en Boudewijn Weehuizen (krant Prettig Weekend) .

© 2004-2017 E. Ros† / R.G.A. Ros