www.EmielRos.nl (Emiel Ros 1937-2015)

Ross Badge

Twintig Helden - Emiel Ros

Oorsponkelijk gepubliceerd in het boek ‘Twintig Helden van de Spaarndammerbuurt’ (2012), geschreven door Olga van Ditzhuijzen, fotografie door Sandra Hoogeboom.

‘Vreselijk leuk om over vroeger te vertellen’

We hadden alles wat ons hartje begeerde, ondanks de armoede.
Als ik het niet doe, gebeurt het volgens mij niet .
In Sneek verstopte ik aardappels in de schuur, om naar Amsterdam te sturen

In het buurtcentrum aan de Spaarndammerstraat is Emiel een vaste klant. Elke week wipt hij wel een keer binnen: voor een kop koffie en een praatje, voordat hij naar een buurtbewoner gaat om historische foto’s van de buurt te scannen; of voordat hij een les verzorgt op de basisschool over de Tweede Wereldoorlog. Het bijzondere: deze echte Spaarndammer woont al meer dan veertig jaar niet meer in de buurt.

Bommenwerper

Het is 1944, eind maart, als Emiel Ros als klein jongetje geraas boven zijn hoofd hoort. Een bommenwerper komt wel erg laag overvliegen over het Zaanhof, en boort zich zomaar in een gebouw: de lagere school aan de Westzaanstraat. Het is een vrije woensdagmiddag. Alle kinderen zijn thuis. Zelfs de leerlingen die eigenlijk zangles zouden hebben, hadden toevallig vrij omdat de leraar ziek was. De school was dus leeg: toch vielen er nog drie doden en raakten vijf mensen zwaargewond. Meer dan honderd brandweermannen hebben een etmaal lang staan blussen, schrijft Emiel op zijn website. In detail heeft hij daar de gegevens van de bommenwerper en diens vluchten beschreven, net als de verhalen van ooggetuigen en omwonenden in de Spaarndammerbuurt.

Al jaren houdt Emiel alle details over die gebeurtenis nauwkeurig bij, net als zo veel mogelijk andere informatie over de geschiedenis van de wijk. “Stronteigenwijs” is Emiel naar eigen zeggen. Hij bedoelt: hij pakt graag dingen aan. Maar hij houdt vooral van praten, en aan de keukentafel in Geuzenveld dist hij enthousiast allerlei anekdotes op uit zijn oude buurt.

Computers

Het bijzondere: Emiel woont al jaren niet meer in de buurt. Wel is hij geboren op het Zaanhof en bleef hij daar wonen tot hij ging trouwen. Toen verhuisde hij met zijn gezin naar Osdorp, en nu woont hij al weer 26 jaar in Geuzenveld. Maar de Spaarndammerbuurt heeft altijd een warme plaats in zijn hart gehouden. In zijn werkkamer staan talloze mappen en ordners met wetenswaardigheden en geschiedenis van de buurt. Met een achteloze druk op de knop brandt Emiel een dvd’tje, of print een compleet boekwerk uit vanaf zijn computer.

Door zijn vroegere werk als elektrotechnicus is Emiel heel vertrouwd met computers, en dat komt goed van pas bij zijn grote liefhebberij: sinds hij met de VUT is, besteedt Emiel zijn meeste tijd aan het archiveren van de geschiedenis van de buurt en verzorgt hij uiteenlopende projecten over dat onderwerp. Bijvoorbeeld ‘geluiden van vroeger’, waarvoor in verzorgingshuis De Bogt/Westerbeer antieke keukenspullen ten toon werden gesteld en bewoners opnames van straatgeluiden konden beluisteren. Het geratel van de vuilnisman, de bel van de schillenboer en de voddenman: het was een groot succes.

Sociale buurt

Binnen het Geschiedenisproject verzamelde Emiel met andere nieuwsgierigen de verhalen van buurtgenoten, gaat hij op basisscholen langs met een zelfgemaakt paneel vol foto’s uit de oorlog, en zorgde hij samen met een groep anderen dat er een herdenkingsplaquette voor de bommenwerper werd geplaatst aan de gevel van de Westzaanstraat. En op 4 mei regelt Emiel altijd een herdenking, met koffie na afloop, bij het oorlogsmonumentje op het Zaanhof: het plein waar hij zelf opgroeide.

“We waren thuis met z’n zevenen: vijf jongens en twee meiden. Volle bak, maar dat ging prima. Mijn vader werkte bij de fietsenwinkel Van Leek op de Haarlemmerdijk. Als hij thuis kwam, leegde hij zijn zakken en kregen wij alle boutjes, moertjes en nippeltjes.” Emiel koestert de herinneringen aan die tijd. “Het was echt een sociale buurt. Er waren veel kinderen om mee te spelen, dat was heel leuk. Omdat het Zaanhof is gebouwd in een soort hoefijzer, wist iedereen het gelijk als iemand ziek was, en kwamen de buren met eten aanzetten. We hadden alles wat ons hartje begeerde, ondanks de armoede. En iedereen woonde door elkaar: de katholieken, de protestanten en de communisten. Als de katholieken naar school liepen werden die wel in elkaar geslagen door de communisten; maar verder ging het wel goed...!”

Sneek

In de Hongerwinter werd Emiel met een groep andere uitgehongerde kindertjes geëvacueerd naar Friesland. Hun school was toch half verwoest door het neergestorte vliegtuig, en door de strenge winter en het gebrek aan voedsel gingen de scholen sowieso dicht. “Eén zus bleef thuis, met mijn jongste broer, en verder zijn we allemaal naar Friesland gegaan”, vertelt Emiel.
In een open vrachtwagen, om aan mogelijke bommenwerpers te tonen dat het ging om een lading onschuldige kinderen, reden ze over de Afsluitdijk naar hun tijdelijke onderkomens. Emiel belandde bij een gastgezin in Sneek. Hij heeft nog steeds goed contact met de familie, die hem als ‘schoonzoon’ beschouwt.

Hij herinnert zich nog goed de overweldigende overvloed aan eten daar: “Toen ik daar aankwam, zag ik een groot konijn in een hok. ‘Die moet naar Amsterdam’, was mijn eerste gedachte. En als we aardappels moesten schillen, verstopte ik er altijd wat in de schuur, om naar Amsterdam te sturen. Tot mijn pleegouders daar achter kwamen, haha.”
Na de bevrijding werden de kinderen met een rijnaak over het IJsselmeer weer teruggebracht naar de achtergebleven ouders in Amsterdam. “Achter CS werden we eraf gegooid, daar stonden mijn vader en moeder te wachten. In een karretje achter de fiets reden we naar huis.”

Geld verdienen

De jongste broer mocht gaan doorstuderen en de rest van het gezin moest geld verdienen. Emiel ging verder leren aan de LTS.
“Daar heb ik elektrotechniek en instrumentmaken gedaan. Daarna ben ik in een kantoormachinebedrijf gaan werken, tot ik in dienst moest. Daar klom ik op van radiomonteur tot elektromonteur. Ik heb veel met computers gewerkt, reparaties gedaan. Uiteindelijk ben ik elektrotechnicus geworden.”

Hij leerde echtgenote Riet kennen op de instuif. Daar kwamen alle jongens uit de buurt, “om een dansje te maken”. Ze woonde ‘in de kost’ bij haar broer, die had een groentewinkel in Amsterdam. Zelf kwamen ze uit Breukelen.

Geweten van de buurt

Drie jaar na hun huwelijk konden Emiel en Riet een woning krijgen in de tuinsteden en verhuisden ze. Maar Emiel bleef naar de Spaarndammerbuurt komen om het graf van zijn ouders te bezoeken. Zo raakte hij toch betrokken bij de buurt.

“Vreselijk leuk” vindt hij het om kinderen te vertellen over vroeger. Bijna wekelijks neemt hij de tram of de fiets van Geuzenveld naar de Spaarndammerstraat om even koffie te drinken bij het Buurtpunt. En misschien om foto’s te bekijken van een buurtbewoner: daar heeft Emiel een handig draagbaar scannertje voor, zodat hij de kiekjes meteen kan digitaliseren. “Ik vind het leuk, om die verhalen te horen. Het moet niet vergeten worden. En als ik het niet doe, dan gebeurt het volgens mij niet.”

Hij vraagt zich wel af wie zijn werk overneemt als hij ineens ziek wordt. Dat de klappers en foto’s niet verloren gaan. Veel van het archief van de Spaarndammerbuurt ligt nu verspreid over vier adressen. Dat is toch zonde, vindt Emiel. “Zolang het maar in goede handen is, dan vind ik alles best.”

© 2004-2017 E. Ros† / R.G.A. Ros